VERSLAG VAN DE REIS VAN STELLENDAM NAAR KAAPSTAD MET DE MARIA

  (EX- BR.43)

                                                                                       Foto: BR43 vertrekt  uit Breskens

VERTREK STELLENDAM VRIJDAG 8/2/2013-

AANKOMST KAAPSTAD ZATERDAG 9/3/2013 DOOR JAAP.ALBREGTSE.

 

Schipper Nico Moolhoek en de bemanningsleden  Daniël, Bruce, Mannie,  Neil, Nicolas en Jaap. Na wekenlange voorbereidingen voor deze tocht en na het aan boord doen van een enorme hoeveelheid proviand was het op vrijdag 8/2/2013 zover dat we de trossen om iets voor twaalf konden losgooien.  Er waren nog heel  wat familieleden naar Stellendam gekomen om ons  te komen afduwen.  Attie natuurlijk, Brigitta en Paul en de kleinkinderen Sanne, Sterre en Sophie maar ook  Jaap en Jennie en Piet en Cor, Leun van Koppen en Frits van Dongen van de scheepwerf kwamen ons ook nog een goede  reis wensen. Nina Spiering van Kimmofilms uit Amsterdam was er met een cameraman om het vertrek op te nemen.  Samen met haar collega Mirka Duijn werkt Nina aan een film voor het Zeeuws Museum over  Zeeuws-Vlaanderen.  Ik kreeg ook nog een camera mee om onderweg en in Zuid-Afrika opnamen te maken . 

 

 Voor ons was het vertrek toch ook weer een heftige gebeurtenis wetende dat het schip waar we 29 jaar mee gevist hebben echt nooit meer in een Nederlandse haven zal  terugkeren.  Het uitvaren door het Slijkgat was weer geen pretje.   Deze  toegang tot Stellendam is eigenlijk te ondiep voor  dit soort schepen  en het waterpeil  is nog ondieper geworden door de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Ieder getij komt er een enorme hoeveelheid prut de geul instromen waardoor je weliswaar niet echt vast komt te zitten  maar waardoor je op een gegeven moment toch niet meer kan manoeuvreren hetgeen ons dus overkwam, mede veroorzaakt door onze groter dan normale diepgang omdat het schip helemaal volgetankt was met brandstof en drinkwater. Met advies  van de vuurtorenpost Ouddorp lukte het ons na een tijdje het schip in de goede richting te krijgen en ook weer een beetje snelheid te maken richting open zee.

De Zuid-Afrikaanse bemanning was pas dinsdagavond in Stellendam gearriveerd zodat er voor instructie niet veel tijd meer overbleef mede doordat er in de tijd die er nog was brandstof geladen moest worden wat op zich al een halve dag in beslag nam. Met deze bemanning kon ik al gelijk vanaf het eerste moment goed opschieten en dat was volgens mij wederzijds. Dat is wel zo prettig  als je voor een  maand de zee op moet. De oversteek van de Noordzee richting Engels Kanaal verliep voorspoedig mede omdat er maar weinig wind stond 1-3 Beaufort met af en toe een sneeuwbui  en we passeerden Dover, het eiland Wight en vervolgens westwaarts richting Lands End en de Scilly Islands.

 

 

Op zaterdagavond 9/3/2013 100 mijl oost van Lands End  begon de wind wat aan te trekken uit westelijke richting en de weerberichten richting Golf van Biscaye gaven een verder verslechtering aan windkracht 6-7 mogelijk 8 Beaufort uit een westelijke en later noordwestelijke richting.  Zondag zijn we in een zuid-zuid westelijke koers  gaan varen richting Kaap Finistere (NW-Spanje) me een bries van 7 Beaufort uit een westelijke richting. De nacht van zondag op maandag begon het weer verder te verslechteren waardoor  het toch nog een onrustig nachtje werd. In overleg met de schipper hebben we ’s-morgens om een  uur of zes onze proviand en reserve smeerolie in het voorschip geïnspecteerd of alles nog goed vaststond omdat het nogal fors geslingerd had gedurende de nacht.  De wind viel op dat moment nogal mee maar de weerberichten waren toenemend tot windkracht 9 uit noordwest met een sea-state van ,,high” wat betekent een golfhoogte van 9 tot 10 meter.  De Golf van Biscaye deed zijn naam als berucht zeegebied weer eens waarmaken.  Op een gegeven moment lagen we wat te drijven om te  overleggen wat te doen met de dek lampen aan toen er een flinke school dolfijnen rond het schip kwam om te jagen op de vis rond het schip. Door de brandende dek lampen hadden we wat vis aangetrokken. Een schitterend gezicht om deze  dieren naast elkaar in de enorme golven net onder water te zien surfen. Dolfijnen zijn echt de koningen van de zee. De wind was inmiddels geruimd naar noordwest en toegenomen naar stormkracht en na overleg besloot Nico om in een zuid-zuidoostelijke koers richting Spaanse noordkust te gaan varen.  

 

Het is dan wel zaak om niet te snel te varen zodat de golven onder het schip door kunnen gaan. Wanneer je bij een storm zoals deze van de wind af vaart bestaat het gevaar dat je schip bij een te hoge snelheid en een verkeerde zee dwars in de golven valt en dat is dan weer een risico. Omdat alle visserij-materialen van het schip verwijderd waren had ik bij het scheepsbouwkundig bureau van Herman  Jansen, het ontwerpbureau van deze kotter, een nieuwe stabiliteitsberekening laten maken. Aan de hand van deze berekening adviseerde deze ons om de ballasttank voorin voor  90% vol te doen.  Een goed advies want het  gedrag van het schip in dit stormweer was  in één woord uitstekend. Ook bleek weer eens  wat een geweldige zeeschepen deze serie kotters gebouwd bij Maaskant Shipyards  in de jaren tachtig van de vorige eeuw toch nog altijd zijn.  Opvallend was ook  dat er bij zulk slecht weer eigenlijk niet veel water op het dek kwam. 

Dat is in de Noordzee met een veel  kortere zeegang wel anders.  Op de Noordzee staat het dek bij stormweer geregeld blank. We kwamen ook nog wat Franse hekkottertjes tegen, die de storm aan het afrijden waren.  Deze scheepjes die niet groter waren dan 20 meter verdwenen geregeld achter de hoge golven zodat je ze soms wel enkele minuten niet kon zien hoewel  ze op korte afstand van ons vandaan waren. Tegen de avond werd de  storm een krachtje minder naar windkracht 8 zodat het weer een klein beetje dragelijker werd en de weerberichten waren voor dinsdag afnemend naar  windkracht 6. In de nacht van maandag op dinsdag werd het weer mogelijk de juiste koers te varen naar een punt 50 mijl noordwest van de vuurtoren van Kaap Finistere in Noordwest Spanje. 

 

Dinsdagmorgen was de wind afgenomen tot windkracht 6 en hebben we het schip geïnspecteerd. Behalve wat gebroken planken was er verder geen schade en de diepvries met onze proviand stond nog op zijn plaats en met de  voorraad vers  voedsel  in het koelruim  was verder ook  alles o.k.  Al met al was  het een serieuze storm maar het was ook een goede test voor schip en bemanning. Nadat  we langs Kaap Finistère gevaren waren werd de koers verlegd  naar een punt oostelijk van het eiland Madeira waarbij we dus de Spaanse en Portugese kust volgden.  Vervolgens oost van de Salvagens-eilanden en dan  naar het verkeers-scheidingsstelsel  tussen de eilanden Tenerife en Grand Canaria waar we het eiland Tenerife op zicht afstand passeerden. Vanuit zee viel het op wat een enorme vulkaan met een hoogte van 3715 meter boven zee dit eiland toch is. Jammer dat dat het  zicht niet zo goed was, er was nogal wat nevel.   Regelmatig kwamen we hier ook onderzeese bergen tegen die soms wel tot 18 meter onder de zeespiegel reiken. Het weer was goed en het zou gedurende de gehele reis niet meer harder waaien dan een windkracht  5. In de Noordzee maak je zo’n lange periode van goed  weer nooit mee.

Dat  heeft dan weer te maken dat de Noordzee in de baan licht van de oceaandepressies die vanaf de Amerikaanse oostkust zuid van IJsland onze kant opkomen. Het gebied zuid van de Canarische Eilanden heeft vaak een stabiel karakter met een noord- of noordoostenwind van ongeveer 5 Beaufort. Dinsdag 19 februari liep het niet zo lekker Bij de ronde door de machinekamer rook ik een brandlucht en zag rook van de bakboord-generator komen terwijl enkele seconden later het licht uitviel. De bakboord-generator had zichzelf stilgelegd door middel  van de  motorbewaking. De andere generator gestart zodat we weer verder konden varen.  Bij nazicht bleek dat het niet de generator was maar de laaddynamo  die zichzelf in brand had gestoken  waarna het stroom- circuit uitviel en waardoor de generator zichzelf had stilgelegd Na een noodreparatie konden we de generator  weer gebruiken wat wel zo prettig is wanneer midden op de oceaan toch echt op jezelf aangewezen bent. We varen langs de Marokkaanse kust in de richting van Cap Blanc op de grens van Marokko en Mauretanië.

 

Opvallend is dat je hier zo weinig zeevogels ziet.  Vanaf de Canarische Eilanden tot 2 dagen voor Kaapstad stond de teller op 20 stuks! Ook hebben we gedurende de reis niet één keer een walvis mogen spotten. Misschien waren we op onze vaarroute niet op de juiste periode om walvissen te zien.  Wel hebben we regelmatig dolfijnen en vliegende vissen  gedurende  de gehele reis waargenomen.  ’s-Morgens lagen er altijd wel enkele vliegende vissen aan dek. 

 

Op 20 februari varen we langs Senegal en op 21 februari langs  Guinee-Bissau. Op de veiligheidsberichten  verschijnen ook regelmatig berichten over piraterij en dat vooral aan op de kust bij Nigeria waardoor we besluiten  dit gebied op minimaal 300 zeemijl te passeren.   Er zijn hier regelmatig aanvallen op schepen waarbij  bemanningsleden worden gegijzeld voor losgeld. Dit losgeld wordt door deze milities dan weer gebruikt om hun legertjes te financieren. Het is voor ons dus zaak de veiligheidsberichten  goed te volgen temeer omdat deze milities ook gebruik maken van moeder- schepen waardoor ze ook een heel eind uit de kust kunnen opereren. De temperatuur begon richting evenaar al aardig op te lopen naar 32 graden en het zeewater zou een week lang op 34 graden Celsius blijven hangen. Toen we uit Stellendam vertrokken was de Zeewatertemperatuur 4 graden Celsius! Dat was gelijk een van de grootste zorgen van de nieuwe eigenaar. Zou de capaciteit van de koeling van de motoren wel voldoende zijn in tropische wateren?  Nu was ik wat betreft  de hoofdmotor hier niet zo bang voor maar voor de hulpmotoren die gekoeld worden met behulp van buizen aan de buitenkant van het schip gevuld met koelwater  weet je het nooit helemaal zeker.

 

Deze buizen kunnen in de loop der jaren vervuilen waardoor de koelcapaciteit terugloopt  en deze voor tropische wateren onvoldoende zou kunnen zijn. Gelukkig liep de koelwatertemperatuur slechts 1 graad  Celsius op dus dat was dan ook weer  een zorg minder. Ook werd het gaande de reis duidelijk dat we ruim voldoende brandstof aan boord hadden om zonder bij te bunkeren Kaapstad te bereiken en zelfs nog een 35000 liter over zouden hebben. Op onze hoofdmotor hebben we een brandstofverbruiksmeter maar niet op de hulpmotoren en dat was dus wat het brandstofverbruik betreft  een onzekere factor . Deze verbruiken per dag wel niet zoveel maar op 30 dagen kan dat dus wel heel wat uitmaken. De afstand  Stellendam- Kaapstad is 6400 zeemijl en wanneer we volle kracht zouden hebben gevaren hadden we maar voor 5400 zeemijl brandstof aan boord. Door een snelheid aan te houden tussen de  8 en 9 zeemijl daalde het brandstofverbruik vergeleken bij voluit stomen van 260 naar 120 liter per uur zodat we heel veel Brand- stof bespaarden en onderweg niet hoefden te bunkeren. De dagelijkse dienst aan boord  bestaat uit 6 uur werk en 6 uur rust en dat dus voor de duur van de  gehele reis. Zelf had ik de wacht van 6 uur ’s-morgens tot 12 uur en van 6 uur ’s-avonds tot  Middernacht.

 Het eigenlijke probleem rond de evenaar voor de bemanning is de  hitte waardoor sommige bemanningsleden ’s-nachts maar op het open dek maar gingen liggen op te proberen wat te slapen.  Binnenin het schip werd het mede door de warmte die de motoren afgeven en het gebrek aan afkoeling onaangenaam warm. ’s-Nachts koelde het niet verder af dan 28 graden en in de machinekamer werd het 50 graden Celsius.  Er waren bemanningsleden die wel eens op de rivieren rond de evenaar hadden gewerkt maar doordat de hitte en de vochtigheid daar helemaal niet te harden zijn gingen ze daar beslist niet meer heen om te werken. Op 22 februari voeren we langs Sierra Leone en 23 februari voeren 150 mijl uit de kust en daarna gingen we de Golf van Guinee in waardoor de afstand tot de kust weer wat groter werd.  Dat gaf weer een wat geruster gevoel bij de bemanning omdat er vooral richting Nigeria elke dag wel berichten waren over aanvallen van piraten op vooral kleinere schepen. Een aantal bemanningsleden had wel eens slechte ervaringen opgedaan op de Afrikaanse kust zodat ze  liever wat verder uit de kust zaten.

 

Op de middag van 25 februari  passeerden we de evenaar waardoor we op zuiderbreedte terecht kwamen en dat was voor mij voor de eerste keer. Hoewel de evenaar  een heel eind is vanaf Nederland zit je dan toch nog maar ongeveer  op de helft richting Kaapstad. Het is gewoon een enorme afstand varen waarbij opgemerkt dat het varen op de oceaan heel erg saai is doordat je nauwelijks schepen tegenkomt. Soms enkele Japanse of Russische vissers-schepen en soms dagen achter elkaar geen enkel schip.  Je hebt boven je de lucht, onder je de oceaan en daartussen je schip en dat is het dan. Regelmatig organiseerde de bemanning een barbecue op het dek.  Zuid-Afrikanen zijn echte barbecueliefhebbers en in het Afrikaans wordt dat ,,die braai’’ genoemd.  De taal die de bemanning onder elkaar spreekt is moeilijk te volgen.  Het Engels wat ze spreken is een Kaaps dialect en het  Afrikaans wat ze spreken is volgens mij ook een Kaaps dialect en dat wordt dan in één en hetzelfde gesprek ook nog wel eens door elkaar gemixt.Op 26 februari  voeren we op 600 zeemijl oost van het eilandje Ascension. Het is Brits grondgebied ,ongeveer 5 bij 5 zeemijl groot en de ,,hoofdstad’’ is Georgtown.

Op  28 februari passeerden we de grens van Kongo en Angola waarbij we wel 700 zeemijl uit de kust zaten Vrijdag en zaterdag  1 en 2 maart voeren we op een afstand van 600 zeemijl langs de kust van Angola waarbij we op een afstand van 350 zeemijl het eilandje St-Helena aan de oostzijde passeerden.  St-Helena heeft enige bekendheid gekregen omdat de Engelsen  Napoleon hiertoe naar toe hebben  verbannen vanaf 1815 en hij is er ook overleden in 1821.  Het is Brits gebied en administratief horen ook de eilandjes Ascension en Tristan da Cunha ook tot  St-Helena.  Ook de weersvoorspellingszones zijn hier genoemd naar deze eilandjes zo heb je dus de zeegebieden St-Helena, Tristan en Ascension. In Kaapstad zagen we ook het schip liggen wat de bevoorrading verzorgd van deze eilanden.   Ook hier enkele zeebergen eentje met de naam Napoleon en de andere met de naam Bagration. Bagration was een legeraanvoerder van tsaar Alexander in de strijd tegen Napoleon.  We zaten op dat moment   nog 1400 zeemijl van Kaapstad, nog altijd een flinke afstand maar toch begon er al een beetje zicht in te komen. We hadden er immers al  5000 zeemijl opzitten. Dan lijkt 1400 mijl niet zoveel meer maar dat is toch nog altijd 6-7 dagen varen.  

 

Vanaf Angola loopt de buitentemperatuur en ook de zeewatertemperatuur geleidelijk wat terug. De buitentemperatuur zou voor de kust bij Kaapstad teruglopen naar 20 graden en de zeewatertemperatuur naar 16 graden Celsius. Allemaal wat aangenamer dus dan rond de evenaar.  Het is ook rond Kaap de Goede Hoop  dat het warme water van de Indische Oceaan  botst met het koudere water van de Atlantische Oceaan waardoor het weer rond de Kaap soms  een grillig karakter heeft  met soms plotseling toenemende wind en ook met kans op mistbanken. Op de grens met Namibië en Zuid-Afrika kwamen we ook nog een zeeberg tegen die tot 7 meter onder de zeespiegel reikt. De zeekaart gaf ook aan dat er een wrak op de top van deze zeeberg ligt dus iemand heeft zijn schip hier al eens lek gevaren.  Ik heb me dat ook nooit gerealiseerd maar je kan met een schip als de Maria zonder brandstof bij te tanken van Nederland  tot aan het vasteland van Antartica geraken mits je niet sneller vaart dan 8-9 zeemijl. Enkele dagen voor we Kaapstad zouden binnenlopen zagen we voor het eerst weer flinke aantallen zeevogels zoals meeuwen en Jan van Genten maar ook een klein soort albatrossen.

 

Vrijdagavond 8 maart zagen we de lichtjes op de Afrikaanse kust en dat was voor het eerst dat we weer eens land zagen sinds de Canarische eilanden.  Zaterdagmorgen om 6 uur lagen we voor Kaapstad op een loods te wachten zodat we genoeg tijd hadden om Robbeneiland en de Tafelberg met op de voorgrond Kaapstad op de foto te zetten.   Ook was er weer eens gelegenheid om via de gsm met het thuisfront te bellen en door te geven dat de reis nu toch echt op z’n einde begon te lopen.  We zagen ook wat zeehonden rond de kotter zwemmen. Rond een uur of  10 kwam de loods aan boord waarna we aan het laatste stuk naar de haven konden beginnen hetgeen zonder problemen verliep waardoor we om 12 uur na 29 dagen afmeerden in Kaapstad.   Er waren heel wat familieleden van de bemanning naar de haven gekomen om ons te verwelkomen. De bemanning was tenslotte ook al 5 weken van huis dus iedereen was gelukkig om elkaar weer eens te zien. Ook de eigenaar Chris Hame ,ziin vrouw Michelle en dochtertje Annabelle waren  aanwezig. Het was  een warm welkom met allemaal enthousiaste en  hartelijke mensen.

 Samen met Daniël de machinist hebben we nog enige tijd geworsteld om de walaansluiting voor elkaar te krijgen en toen dat gebeurd was er een eind gekomen aan een succesvolle reis van Stellendam naar Kaapstad  Chris had voor mij een bed en breakfast geregeld  in de buurt van Somerset-West genaamd ,,De Molen’’ De eigenaren zijn Nederlands echtpaar afkomstig uit  Amsterdam.  Het was in een rustige en bosachtige omgeving met  vanaf het terras een mooi uitzicht naar beneden op Kaapstad. Na bijna een maand op zee was het een goed om weer eens op een rustig plekje zonder lawaai te vertoeven. Op een schip is er door de draaiende motoren altijd lawaai en dat deze keer dus bijna een maand lang.  Zaterdagavond werd  ik door Chris uitgenodigd op de wekelijkse ”braai” in de woning van Chris wat  een erg gezellige gebeurtenis was met familieleden en vrienden van de familie. ’s-Zondags werd ik door  Chris uitgenodigd op een wijn--proeverij met picknick op een landgoed van een van de wijnproducenten in de omgeving van Stellenbosch. Het enorme landgoed lag er prachtig verzorgd bij met keurig onderhouden historische gebouwen. ’s-Avonds heb ik samen met Chris Attie van het vliegveld van Kaapstad opgehaald.  We hebben samen nog 10 dagen doorgebracht in Kaapstad en omgeving.  Zo bezochten we de zeehondenkolonie bij Houtbaai, Kaap de Goede Hoop en Simonstown met z’n kolonie Afrikaanse pinguïns op het strand. 

 

Op het moment dat we in Houtbaai waren werden de eerste tonijnen van het seizoen aangevoerd wat nog een leuke foto opleverde. Ook waren we nog in plaatsen als Stellenbosch en Franschhoek waar we in ons eigen  “Cadzands’’ dialect met de mensen konden praten. Verder bezochten we het kasteel van Kaapstad en het standbeelden van de stichter van de kaapkolonie Jan van Riebeeck en van zijn vrouw Maria de Quellerie.  Deze beelden zijn in het begin van de jaren vijftig onthuld door Prins Bernard. 

 

 

 

Met een kabelbaan gingen naar boven de Tafelberg op waar we een mooi uitzicht hadden op Kaapstad en omgeving. Een veerboot bracht ons naar Robbeneiland waar we de gevangenis bezochten waar Nelson Mandela een deel  zijn gevangenisperiode heeft door gebracht. Door een ex-gevangene werden we rondgeleid in de gevangenis waar  we de cel bezochten waar Mandela gevangen zat.  In een indrukwekkend betoog vertelde deze man over het harde leven in de gevangenis , over het werk in de kalksteengroeve en over de strijd tegen de apartheid. Chris trakteerde ons ook nog op een tweedaags verblijf in een safaripark.  Eigenlijk was het een soort Beekse Bergen maar dan vele malen groter maar er stond  wel een hek omheen We zagen hier wel heel wat soorten dieren zoals neushoorns, olifanten, springbokken, buffels, leeuwen  nijlpaarden en giraffen alles te  bezichtigen vanuit een terreinwagen.

 

 De laatste dag van ons verblijf in Kaapstad heb ik nog geholpen om de kotter te verhalen naar de scheepswerf om drooggezet te worden met behulp van een synchro-lift waardoor we ‘s-middags nog  een paar mooie foto’s konden schieten van de kotter op de wal in Kaapstad.  Ook de vislier hebben we nog aan de praat gekregen door middel van telefonisch advies door Bakker Repair uit Sliedrecht.  De winch was er bij vertrek uit Stellendam mee gestopt. Het was op de werf dat we nog een keer een laatste  maal rond onze kotter hebben gelopen en dat was het dan. Ook  voor  Attie en mijzelf weer een moeilijk moment. Woensdagavond  20 maart nodigde Chris ons uit voor een afsluitend een etentje in een restaurant waarna we naar het vliegveld vertrokken voor de thuisvlucht naar Amsterdam.

 

Na een perfecte vlucht landden we 21 maart om 10:20 op Schiphol waar Brigitta en Sterre ons kwamen afhalen voor de rit naar Breskens waarmee er een eind kwam aan een bijzondere reis. Terugkijkend op  reis waar we met het schip waar we 29 jaar mee gevaren hebben het hele Afrikaanse continent hebben afgevaren ontkom ik er niet aan vast te stellen dat het voor ons toch ook een reis met gemengde gevoelens was.  Voor mezelf is het niet leuk dat ik degene ben die na 100 jaar beroeps visserij in onze familie de stekker eruit trekt.  Maar als je zelf de stekker er niet bijtijds uittrekt doet een ander het wel voor je.  Het is nooit de bedoeling  geweest ons bedrijf te verkopen maar door de reeds jaren voortdurende slechte economische omstandigheden in de visserij  was er geen andere uitweg maar het blijft voor ons als oud-bemanningsleden van  de BR.43 moeilijk te verteren en voor de visserij in Breskens een verdere verschraling. Ook in de eerste helft van 2013 is de situatie in de visserij alleen maar verslechterd doordat de brandstof duur blijft en de visprijzen op de visafslag nog verder zijn weggezakt in vergelijking met vorig jaar.

 

Extra wrang voor de vissers is de vaststelling dat de prijzen op de visafslag  in jaren niet meer zo laag geweest zijn maar dat prijzen voor de consument nog nooit zo hoog geweest zijn. Positief is natuurlijk dat het schip waar we zo lang mee gevaren hebben een nuttige bestemming krijgt als bewakings-schip voor olieplatforms. Vooral bij de sanering van 2008-2009 zijn er nogal wat goede vissersschepen verplicht naar de sloper gegaan.  Gewoon kapitaalvernietiging dus. Hopelijk wordt de situatie in de visserij ooit nog een keer beter maar dan zal niet alleen de  economische situatie moeten ver beteren maar ook de regelgeving vanuit de Europese Unie een geheel andere en vooral realistischer richting t.a.v. de visserij in moeten slaan.

                                                       

 Jaap Albregtse                   Breskens 17/7/2013                 

 

BR43 in Kaapstad op de scheepswerf……..